Gezonden door de Wijsheid met Maria
Trouw aan de geestdrift van Paus Johannes Paulus II , drukt Paus Benedictus XVI regelmatig zijn zorg uit over de geloofssituatie in de landen met een christelijke traditie. Voor ons die in deze landen leven en ervan houden, stellen zich dezelfde vragen, misschien op een andere manier in onze familie en de kring van onze vrienden. Dat wat de Heilige Vader “het verdwijnen van God” noemt stelt ons voor een uitdaging en geeft een opdracht aan ieder van ons. Toen ik de voordracht van vandaag voorbereidde heb ik met grote interesse de homilie herlezen die ging over de missie en die gehouden werd door de Heilige Vader bij gelegenheid van het feest van Petrus en Paulus. In dit perspectief wil ik heel bijzonder het woord “gezonden” benadrukken. In de gangbare taal, roept het woord missie op de eerste plaats die menigte mannen en vrouwen op die in de loop der eeuwen, in navolging van de apostelen, zijn uitgetrokken om de heidense wereld te evangeliseren. Normaal gesproken roept het woord missionaris een idee op van ver weg, verwijdering, gevaren trotseren en soms het martelaarschap. Hoeveel missionarissen zijn vanuit onze streken vertrokken naar vijandig gezind landen die ver bij ons vandaan zijn zonder de hoop te koesteren om nog terug te komen zelfs als dat lijkt ondenkbaar te zijn in ons tijdperk van communicatie en snelle verplaatsingen? Het goede nieuws brengen aan mensen die onkundig zijn van het christelijk geloof, is voor generaties priesters, religieuzen en leken een bron geweest van een enorm enthousiasme en een bevoorrechte weg naar het Rijk van God, waarvan dit gebed Franciscus Xaverius getuigt: “Hier ben ik, Heer; wat wilt gij dat ik doe? Stuur mij ongeacht naar welke plaats, zelfs tot in Indië toe”.Dit enthousiasme, deze hoop voedt de actie en de vastberadenheid van duizenden personen die tegenwoordig kiezen om de ontworteling te beleven en die afstand doen van hun veiligheid om hun broeders te ontmoeten en zo de hoogste vorm van naastenliefde in de gave van het geloof te beleven. De montfortaanse familie heeft op een grandioze wijze in de geest van hun stichters meegedaan en doet nog mee aan deze evangelisatie die voor onze tijd zo kostbaar is. Kardinaal Sepe, oud-prefect van de congregatie voor de evangelisatie van de volken, vroeg tijden een ontmoeting met de oversten van de missionaire instituten : Wat zou vandaag de dag de aanwezigheid van de Kerk zijn op de continenten die nog het minst gechristianiseerd zijn zoals Azië en Afrika, zonder de toewijding en de offers, soms zelfs met hun bloed, van de duizenden missionarissen zonder de voortdurende en gezamenlijke inzet van hun instituten?”
Sta mij toe om samen met U de Heer dank te zeggen voor alles wat bereikt is door de missionarissen van de montfortaanse familie in de wereld. Zij die in hun lichaam nog het mysterie van het kruis beleven ver van hun familie vandaan, hun wortels en hun menselijke relaties. Ik denk met U nog in het bijzonder aan hen die dag in het begin van dit jaar de dood hebben gevonden in die verschrikkelijke ramp in Haïti, de priesters en seminaristen van de Montfortanen en de zusters van de Dochters der Wijsheid, die hebben laten zien dat delen in het lot van een volk geen eenvoudige formule was, maar een werkelijkheid die een radicale inzet met zich meebrengt.
Beste vrienden, vandaag, onder de welwillende, toeziende oog van de H. Montfort en de gelukzalige Marie-Louise, zou ik onze blik willen bijstellen. Als de zending inderdaad mannen en vrouwen naar verre landen gestuurd heeft, dan blijft zij een werkelijkheid in ons dagelijks leven van gedoopten. Paulus VI zei immers “dat evangeliseren de genade en de eigenlijke roeping van de Kerk is, haar diepste werkelijkheid. Zij bestaat om te evangeliseren” (Evangelium nuntiandi 14). Deze verklaring van de Paus nodigt alle instituten uit om zijn doelstellingen bij te stellen en zijn activiteiten te heroverwegen rondom de verkondiging van het Evangelie van God. Zij nodigt tegelijkertijd elke gedoopte uit om zijn geloof te beleven voorbij een persoonlijke overtuiging om ze te laten overgaan in een levende getuigenis. Zo is ons doopsel niet op de eerste plaats een staat maar ook een zending die voltooid moet worden. Wat waar is voor de natuur van de Kerk is het ook voor die van de individuele christen. Men kan niet beweren dat men een overtuigd christen is als men zijn missionaire inzet niet beleeft. “De verduistering van God” die we zojuist vermeld hebben nodigt ons uit te leven en te handelen met meer doortastendheid, ervan verzekerd dat de onderrichting van de Christus een weg is naar het geluk voor iedere mens. De uitdaging is nu immens groot. Om daaraan te beantwoorden heeft Paus Benedictus onlangs een nieuw dicasterie willen oprichten, dat bestemd is voor de nieuwe evangelisatie. Door dat besluit heeft hij de Kerk de middelen willen geven om aan de behoeften van de zending voor onze tijd te kunnen voldoen.
Wij, die hier vanmorgen in St Laurent bij elkaar zijn, zijn geen eenvoudige toeschouwers die goedwillend naar de missionaire inzet van de Kerk kijken. De sacramenten van doopsel en vormsel die wij hebben ontvangen hebben ons ook verplicht te leven in het voetspoor van de apostelen in een Kerk die helemaal apostolisch en missionair is. In deze logica kan de zending niet gedragen worden door enkele specialisten. Zij is het werk en de taak van allen als vrucht van de genade van het doopsel dat ons opgenomen heeft in een “Kerk die slechts missionair kan zijn in de beweging van het uitstorten van de Geest” (Benedictus XVI, Porto 2010). Door het bad van de wedergeboorte en de zalving heeft de Geest zijn intrek bij ons genomen. Deze verdediger heeft een kracht bij ons doen ontstaan die sterk genoeg is om de angsten en tegenstellingen te overwinnen, hij is voor ons een onfeilbare steun in dagen van vreugde en dagen van verdriet. Door ons alles te leren opent hij voor ons nieuwe horizonten.
Het is duidelijk, men moet bij voor- en tegenspoed erkennen dat het wezen van de Kerk missionair is en dat bijgevolg alle initiatieven die Zij neemt worden bepaald door deze eerste werkelijkheid. “Daarom is elke christen in de Kerk en met de Kerk een Missionaris van Christus, gezonden in de wereld. Daarom kan geen enkele kerkelijke gemeenschap verschillend zijn: zij ontvangen van God de Vader en geven de Verrezen Christus aan de wereld zodat elke zwakke en dodelijke situatie door de heilige Geest omgevormd kan worden in een kans van groei en leven”(ibid). Het Woord uit het boek van de Handelingen: “Wij kunnen niet zwijgen over wat wij hebben gezien en gehoord” maar ook dat van Petrus in zijn eerste brief: “Wees altijd bereid om aan allen die U om rekenschap vragen, te vertellen over de Hoop die in u leeft” weerklinken krachtig in ons.
Christus is de ware Wijsheid die onze Vaderen in het geloof gezien hebben. Onze broeders uit de oosterse kerken hebben deze titel uitverkozen om de Verlosser aan te duiden. Als wij op het einde van het evangelie van Mattheus horen: “Gaat uit naar alle naties, maakt hen leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest”, dan kunnen wij zo ook voor zeker aannemen dat het dezelfde Wijsheid is die ons vandaag zendt.
Ik hoor de vrees van bepaalde mensen. Hoe moeten we de zending onderscheiden van de zieltjeswinnerij? Opnieuw opent de Heilige Vader voor ons een duidelijk perspectief: “wij leggen niets op maar wij stellen altijd voor”. Anderen kunnen bevangen worden door een onzekerheid of hun veronderstelde zwakheden. Ook dan geeft de onderrichting van het evangelie ons troost: “Ik ben met u tot aan het einde der tijden”. In het geloof ervaren wij deze aanwezigheid: God spreekt door ons, zelfs in onze zwakheid.
De weg van de verkondiging is altijd een vereiste voor heiligheid, een ervaring van nabijheid en een getuigenis van gemeenschap.
Een vereiste voor de heiligheid
Het leven van grote heiligen leert ons in navolging van Jezus dat elke verkondiging slechts vrucht kan dragen als ze gedaan wordt in samenhang met een heel leven. Wij weten inderdaad dat wij het niet zijn die het hart van de mensen raken, maar dat het de heilige Geest is, die werkt in ons. Daarom moeten wij voorbereid zijn dat de heilige Geest in ons hart woont. Dus, missionaris zijn bestaat eerst in het volgen van Jezus in zijn radicaliteit. “Die mij wil volgen moet zichzelf verloochenen, elke dag zijn kruis opnemen en mij volgen” (Luc 9, 18-24). Dit vereiste nodigt ons uit om de materiële armoede de nederigheid te ervaren. Als wij deze weg bewandelen zijn we honderden mijlen van de propaganda, zieltjeswinnerij en de materiële overvloed verwijderd. Hoe zou men al deze mannen en vrouwen kunnen vergeten die in een verborgen leven het zaad van het christendom zijn geweest. De XXe eeuw, het grote tijdperk van getuigen en martelaren, heeft er een sprekend getuigenis van gegeven.
De ondervinding van de martelaren heeft aangtoond dat er daar geen zending bestaat waar de mensen Christus niet voorop zetten. In een intiem gezelschap met de verlosser worden wij uitgenodigd om uit de bron te putten zodat onze levens transparant blijven voor het goede nieuws van het evangelie om missionarissen te zijn in het dagelijkse leven.
De encycliek Redemptoris Missio van de eerbiedwaardige Johannes Paulus II dringt aan op een band tussen heiligheid en zending : “ De roeping tot zending komt van nature voort uit de roeping tot heiligheid. Geen enkele missionaris kan authentiek missionaris zijn als hij zich inzet op de weg naar de heiligheid. De heiligheid is een wezenlijk fundament en een absoluut onvervangbare conditie om de heilszending van de Kerk te voltooien“ (90)
De ervaring van de nabijheid
Laten we niet vergeten dat de wegen van de zending vooral die zijn van het dagelijkse leven en de nabijheid. Hoe zouden wij inderdaad een hoorbaar en geloofwaardig woord kunnen spreken zonder van deze wereld te houden en zonder lotgenoten van ieder mens te zijn? Gezonden door de Wijsheid zijn wij op de eerste plaats aangespoord tot begrip, barmhartigheid en ontmoeting. Levend in deze nabijheid heeft Montfort alle sociale categorieën van zijn tijd geraakt. Hij voelt zich op zijn gemak in alle milieus: de kinderen, de jongeren, de volwassenen en de ouderen, de leken en de religieuzen, de gevangenen van Poitiers en de schoorsteenvegers van Parijs.” (Gendrot, Doe open voor Jezus Christus). Dit proces van nabijheid is tegelijkertijd een proces van nederigheid, aangezien wij ondervinden, in het bijzonder met degenen met wie wij meer vertrouwd zijn, is het soms nodig dat wij wat teruggetrokken leven zodat het getuigenis door anderen gedragen kan worden.
Een gemeenschappelijk proces.
Men hoeft niet bang te zijn te bevestigen dat de verkondiging van het woord zich al in de gemeenschap van de heiligen. Zodat het gebed van de contemplatieven en van alle bidders reële vruchten kan voortbrengen. De geestelijke ervaring van Theresia van het Kind Jezus, patrones van de zending, geeft er een sprekend voorbeeld van. Maar wij moeten dieper gaan en ons herinneren dat de Heer zelf de geloofwaardigheid van het gemeenschapsleven aanduidt als het voornaamste middel van missionaire actie: “Dat zij één mogen zijn zoals gij en ik één zijn Vader opdat de wereld moge geloven”. Het hele leven van de Kerk zoals dat van onze communiteiten, wordt door deze onderrichting bevraagd. In een wereld die vaak gekenmerkt wordt door tweedeling en scheidingen, nodigt dit missionaire elan ons uit om apostelen van de gemeenschap in de Kerk en de wereld te zijn, waarbij wij de lees van Paulus niet mogen vergeten: “Ik heb u het ambt van de verzoening nagelaten”.
Hoe zou ik u een andere conclusie kunnen voorstellen dan die aangeboden door Paus Johannes Paulus II in het slot van de encycliek Redemptoris Missio.
“ De Kerk heeft nog nooit zoals nu de gelegenheid gehad om het Evangelie door de getuigenis en het woord te laten doordringen tot bij alle mensen en alle volken. Ik zie de dageraad van een nieuwe missionaire era die een stralende dag wordt, rijk aan vruchten als alle christenen en in het bijzonder de missionarissen en de jonge Kerken met edelmoedigheid en heiligheid antwoorden op het roepen en de uitdagingen van onze tijd.
Zoals de Apostelen na de Hemelvaart van Christus, moet de Kerk in het Cenakel bij elkaar komen “met Maria, de Moeder van Jezus” (Hand 1, 14) om de heilige Geest af te smeken en kracht en moed te krijgen om gehoorzaam te kunnen zijn aan de opdracht tot missioneren, Ook wij, en zeker meer dan de Apostelen, hebben omvorming en leiding nodig van de Geest.
Het hele Evangelie is één uitnodiging om steeds dieper het mysterie van Christus te beleven, en mee te doen aan het dankgebed voor het heilswerk. Zij doet dit met Maria en zoals Maria, haar Moeder en haar voorbeeld. Maria is het voorbeeld van de moederlijke liefde waarmee allen bemind moeten worden die, verbonden met de apostolische zending van de Kerk, werken aan de wedergeboorte van de mensen. Dat is waarom “gesteund door de tegenwoordigheid van Christus [….], de Kerk in de loop van de tijd meetrekt naar de voleinding van de eeuwen en de Heer gaat ontmoeten die komt; maar op deze weg […] komt zij slechts vooruit als zij de route volgt die Maria afgelegd heeft”.
Het is aan de “bemiddeling van Maria, die geheel gericht is op Christus en leidt tot de openbaring van de heilzame kracht”, dat ik de Kerk toevertrouw en in het bijzonder zij die zich wijden aan de realisatie van het zendingsvoorschrift in de wereld van vandaag.”
Aucun commentaire:
Enregistrer un commentaire